Geplaatst door: 
Verhaal

Gerard ter Borch: jeugd van de schilder

Auteur: 
Jos Mooijweer

Toen Gerard ter Borch in 1617 werd geboren – de precieze datum kennen we niet, omdat het doopboek uit die tijd er niet meer is – woonde zijn familie ten minste al drie generaties in Zwolle.

Met een woonhuis in de Sassenstraat (nr. 21) en een buitenhuis De Ramhorst aan de Langenholterweg  (nr. 100. maar inmiddels afgebroken), even buiten de stad, was de familie zo Zwols als wat. Alhoewel, helemaal Zwols toch niet. De mannen uit de familie Ter Borch vervulden hoge ambten in het bestuur, maar ze bewogen zich ook buiten de stad. De familie was door huwelijken verbonden met regenten in andere plaatsen. Sommige leden hadden zich zelfs ingetrouwd in jonkerfamilies.

Gerard ter Borch sr.

Gerards vader, die dezelfde voornaam had, was een man met duidelijke opvattingen en die stak hij niet onder stoelen of banken. Zo moest hij niets hebben van de pronkerige levenswijze van de elite en de malligheid van de mode in zijn tijd: ‘O joncker Adam, juffer Eeva, u fijgeblaeder en lammervellen zijn nu verandert in narrecappen en gecke bellen’. Gerard meende ook te weten waar de besmetting met dit gedrag vandaan kwam: ‘Dit vollxken moet van Hollants afkoomst wesen’. De ‘ware adel’ van een deugdzaam leven zat em niet, vond hij, in uiterlijk vertoon, maar in ‘wetenschap en manhafte warcken’. Gerard rekende de schilderkunst tot die wetenschap. Hij schilderde zelf ook en had als jongeling zelfs een grand tour van enige jaren gemaakt naar Italië om daar de schilderkunst van de grote meesters af te kijken.  Aandacht voor tekenen en schilderen was er dus volop, al vóór Gerard jr. ter wereld kwam.

Het gezin Ter Borch

Gerards vader trouwde drie keer. Uit deze huwelijken zijn ten minste dertien kinderen geboren, van wie Gerard jr. de oudste was. De jonge Gerard had één echte zus, Jannegien, en verder elf halfbroers en -zussen. Van dit 13-tal bereikten negen de toen geldende volwassen leeftijd van 24 jaar. Slechts twee van hen overleefden Gerard: Gesina en Catharina, evenals zijn laatste stiefmoeder Wiesken Condewijn. Gerards jongste halfbroer, Moses, kwam op 22-jarige leeftijd om bij de bestorming van het Engelse fort Landguard bij Felixstowe, tijdens de Tweede Engelse Oorlog, nadat hij dienst had genomen op de vloot van Michiel de Ruyter.  Afgaande op zijn tekeningen in het familiearchief Ter Borch, ging met de vroegtijdige dood van Moses een veelbelovend kunstenaar verloren. Van de dertien kinderen bleef uiteindelijk Gesina als ongehuwde zus in het ouderlijk huis in de Sassenstraat achter. Gesina overleed in 1690. Vanaf 1675 woonden de drie nagelaten peuters van haar overleden zuster Jenneken bij haar in.

 

Reacties

Onderdeel van het thema: